Italië is het land van het goede leven en dat begint al als je net de grens over komt. In het noorden van Italië ontvangt de regio Lombardije (Lombardia) je met open armen. Van alle alpengebieden heeft Lombardije de meeste meren, elk met pittoreske plaatsjes, gelegen tussen glooiende heuvels.
Al sinds de bloei van het Romeinse rijk kwamen veel reizigers af op Como, een belangrijke plaats in die tijd. En nog steeds weten toeristen Lago di Como te vinden. Met haar steile oevers is het Comomeer een van de diepste meren van Europa. Het beste uitzicht op de bergtoppen vind je bij de zogenaamde Tre Pievi (Drie Parochies), die bestaat uit de plaatsen Dongo, Gravedona en Domaso, met aan de overkant Colico.
Het oude centrum van Como heeft nog gedeeltelijk stadswallen, met bekende bouwwerken als de Duomo en de Broletto. In noordelijke richting vind je oude vissersplaatsjes als Cernobbio, Moltrasio, Argegno, Torno en Lezzeno.
In de richting van provinciehoofdstad Lecco overheersen de bergkammen van de Monte Legnone en de Grigne. De toppen van meer dan 2500 meter hoge bergen, lijken hier wel loodrecht het meer in te gaan.
Ook het schiereiland van Bellagio, de kleine kaap van Menaggio en Varenna zijn al lang geliefd bij zowel Italianen als buitenlanders. Hier wordt het ‘dolce vita’ volop geleefd. In elegante buitenhuizen uit de achttiende eeuw, maar ook in de gezellige winkelstraatjes is het genieten van goed eten en prachtige uitzichten op het azuurblauwe water.
