De Ronde van Lombardije is al sinds 1905 de laatste klassieker van het wielerseizoen. Oorspronkelijk startte de Ronde in Milaan en eindigde in Como. Het parcours wisselde nogal eens, maar de omgeving van het Comomeer is een vaste waarde. Tussen 1998 en 2003 lag de finish boven op de citadel van Bergamo. Sinds 2004 wordt gestart in Mendrisio en ligt de finish weer in Como.
Al sinds het ontstaan van de Ronde van Lombardije vielen in deze koers grote beslissingen. In 1978 won Francesco Moser met hulp van mede-Italianen, ten koste van Bernard Hinault. Diens wraak was zoet toen hij in 1979 in de regen aanviel en de wedstrijd én de Super Prestige won.
Ook in de tijd van de Wereldbeker (tot 2004) was de koers vaak een beslissende wedstrijd voor het eindklassement. Vanaf 2005 is de Ronde onderdeel van de UCI ProTour. In een sterk deelnemersveld bewijst de winnaar wie de sterke man is van het ten einde lopende seizoen.
Met stevig klimwerk wordt het de renners niet makkelijk gemaakt. Op 50 km voor de finish ligt het beroemde kerkje van de beschermheilige van de wielrenners: Madonna del Ghisallo. De bochtige weg naar de Ghisallo is een vaste beklimming in het parcours, met een gemiddelde van 6,2 procent en maximum van 14 procent. Een verraderlijke berg, die vooral Fausto Coppi beroemd maakte. Van alle Italiaanse winnaars heeft hij de meeste overwinningen op zijn naam staan: maar liefst vijf.
